De fotograaf en de stad

‘Als ik maar vermoed waar iemand in een bepaalde stad woont, vind ik zonder hulp het adres. Een soort aantrekkingskracht van de plaats waar ik heen moet. Ik heb een goed richtingsgevoel. Als ik ergens sta weet ik ook precies waar ik ben, hoe ik sta ten opzichte van de windrichtingen. Een perfect oriëntatievermogen. Je zou kunnen zeggen dat ik de absolute padvinder ben.

Ik denk dat het in zekere zin met mijn vak te maken heeft. Als je ergens binnenkomt is het eerste wat je doet kijken waar het raam op het noorden zit, dus waar het goede licht vandaan komt. Maar het is meer dan alleen die vakmatige belangstelling. Ik ben me eigenlijk op ieder moment van de dag bewust van mijn positie, dat is het.

Als ik nu een stad binnenrij en ik moet bij iemand wezen rij ik op mijn gevoel naar de plek waar het volgens mij moet zijn. Het is dan voor 99 procent zeker dat ik terecht kom waar ik wil. Als je veel reist krijg je natuurlijk op den duur wel een overzicht van de manier waarop steden in elkaar zitten, waar in een stad gewoonlijk de bloemenbuurt zit en waar de staatsliedenbuurt. Als je naar de Rost van Tonningenstraat moet moet je dus in de staatsliedenbuurt zijn, maar dan moet je wel eerst weten dat Rost van Tonningen een staatsman was. Met andere woorden, hier kom je niet uit zonder enige historische kennis. Maar het is meer dan dat, want ik begin dan al met als het ware onbewust de juiste weg naar die staatsliedenbuurt te vinden.

Daar komt een buitengewoon eigenaardig verschijnsel bij. Als ik ergens kom voel ik onmiddellijk de noord-zuid-richting aan, door de zonnestand of, als de zon er niet is, door uit te gaan van de donkere kant. Dat is dus het noorden. Nu komt het wel eens voor dat ik dat noord-zuid-gevoel kwijt raak. Dan draait zo’n straat als het ware om een as heen zodat het noorden het zuiden wordt en het zuiden het noorden. Niet echt natuurlijk, maar binnen in mij. Ik voel dan het noorden in het zuiden.

Als ik me nu goed concentreer kan ik zo’n straat terugdraaien. Het gebeurt wel dat ik dat niet helemaal in de hand heb. Dan kan ik hem niet verder dan een kwartslag draaien, zodat het noorden bij voorbeeld het oosten wordt. Je moet je dan voorstellen hoe ik me daar bevind, auto’s en fietsers en voetgangers gaan om mij heen hun gang en ik sta als verdwaasd dat gevoel maar op te roepen.

Je denkt misschien dat ik hier maar wat zit te verzinnen, maar het is zuivere realiteit. Ik kan het ’t beste vergelijken met het gevoel dat je hebt als je zo’n veld bekijkt met allemaal kubusjes die je wel in boeken tegenkomt om het verschijnsel gezichtsbedrog te illustreren. Op het ene ogenblik zie je nog de kubusjes en een fractie van een seconde later zie je alleen nog maar de gaten. Dat omschakelen van kubusjes op gaten dat is hetzelfde omschakelen dat ik voel als zo’n straat in mijn geest omdraait.

Ik heb nog weinig mensen ontmoet die hetzelfde vermogen hebben als ik. Sommige mensen kennen wel het spiegeleffect, maar dat is het bij mij niet. De letters en cijfers blijven gewoon leesbaar.

In elke stad waar ik ben geweest liggen bepaalde punten muurvast. Dat is voor Amsterdam bijvoorbeeld de Ceintuurbaan en het Sarphatipark. De Ceintuurbaan heeft de juiste stand maar de stille kant van het Sarphatipark die krijg ik niet goed. Dus als ik van de Ceintuurbaan de hoek omga naar de andere kant van het park dan draait het om. En dat blijft zo. Daar kan ik niets meer aan doen.

Het allerergste heb ik het met Manhattan. Daar ben ik de eerste keer midden in de nacht aangekomen en ik denk dat ik er daardoor niet meteen het goede gevoel over had. Als ik nu van Wall Street in de richting van Central Park loop dan loop ik noord-zuid en dat is fout. Het is precies andersom. Met andere woorden als ik in Manhattan ben gaat de zon in het oosten onder.

Dat zit niet alleen ter plaatse verkeerd, dat heb ik ook als ik de kaart bekijk. Ik verzamel plattegronden. In elke stad of dorp waar ik kom koop ik een plattegrond. Als ik nu op de plattegrond van Manhattan kijk ligt het ook verkeerd. Begrijp je, rationeel kan ik wel zien dat noord noord is en zuid zuid, maar in mijn geest is het niet zo.

Soms kan ik het goed krijgen. In Brussel liep de Boulevard Adolphe-Max die uitkomt op de Place Brouckère ook verkeerd, maar die heb ik kunnen draaien door ter plaatse heel geconcentreerd vast te stellen: daar ligt Amsterdam en daar ligt Parijs. Toen sprong het goed.

Maar sommige gevallen komen nooit meer goed. Ik zou willen dat ik dat wél kon herstellen. Het is soms heel lastig. Als ik aan een straat denk in relatie met Manhattan denk ik ook de verkeerde kant op.

Het is een raar verschijnsel. Misschien is het uit een jeugdsyndroom ontstaan. Ik zou het anders ook niet weten. Ik ging al heel jong in de buurt op verkenning uit. Dan moetje natuurlijk in de gaten houden hoe de straten waar je door loopt liggen om de weg terug te kunnen vinden. Misschien ben ik toen in een straat gekomen die ik verkeerd getaxeerd heb en dat ik dat later ben gaan terugdraaien. Misschien is het zo ontstaan, door oefening.’

Martin Ruyter/Fixaties van Eddy P. d. B; de Volkskrant/1978

Lees ook het interview met Eddy Posthuma de Boer op deze site naar aanleiding van zijn reactie op de radio-uitzending van augustus 2013.

Reageer op dit artikel

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s